Sla de navigatie over en ga naar de inhoud
Logo van Computerclub Esc@pe!
Download hier onze folder!
Klik hier om contact met ons op te nemen!
Home
Ledenpagina
Audio bewerkenHier vind je enkele programma's voor het bewerken van audio.
Komfox Performer
Geschiedenis van de computer
Nieuw braille-weergavesysteem ontwikkeld
Tips en trucs



     

Geschiedenis van de computer

Onderstaande tekst is samengesteld door Henk Kortschot.

Klik hier voor de audioversie van onderstaande tekst.

Oorspronkelijk werd het Engelse woord computer gebruikt om iemand mee aan te duiden die gecompliceerde berekeningen uitvoerde, met of zonder mechanische hulpmiddelen - vergelijk ook de Duitse term voor computer: 'Rechner' (rekenaar) de Zuid-Afrikaanse term voor computer: 'rekenaar' en de niet ingeburgerde Nederlandse tegenhanger īrekenaarī (feitelijk onjuist aangezien een computer gegevens verwerkt en alleen met behulp van een programma kan rekenen) - maar later werd de term ook gebruikt om apparaten te benoemen.

  

Mechanische computers

  

De geschiedenis van de computer begint met de geschiedenis van het rekenen. Vanouds hebben mensen hulpmiddelen ontwikkeld voor berekeningen die niet gemakkelijk uit het hoofd gemaakt konden worden. De eenvoudigste manier is het noteren van een aantal getallen en te proberen deze correct op te tellen. Ook werd wel een kerfstok gebruikt, om de schulden van een persoon vast te leggen. Daarna werd het telraam (abacus) uitgevonden. Toen de behoefte aan berekeningen steeds complexer werd ontwikkelde men tabellen met hulpgegevens (bijvoorbeeld logaritmetabellen als hulp bij het vermenigvuldigen). Ook de rekenliniaal was een uitvinding om vermenigvuldigen en delen met een beperkte nauwkeurigheid makkelijk te maken. De rekenliniaal is in de loop van de jaren zeventig echter verdwenen met de uitvinding van de zakrekenmachine. In het Verenigd Koninkrijk waren naar aanleiding van de koloniale scheepvaart veel centra met menselijke computers ontstaan. Deze maakten tabellen welke navigatoren voor navigatie konden gebruiken. Ook in andere gebieden vonden deze tabellen gretig aftrek, zoals de astronomie. Charles Babbage, een wiskundige, was erg geÔnteresseerd in de astronomie. Een grote kwelling voor een astronoom was echter het feit dat in iedere tabel onvermijdelijk fouten zaten. Babbage vroeg zich af of de tabellen niet machinaal gegenereerd konden worden. Hiervoor bedacht hij in 1822 de differentiemachine; een concept voor een machine die tabellen van veeltermen kon uitschrijven. Babbage begon aan de bouw van de machine, maar het bouwen ervan viel niet mee. De machine werkte mechanisch en de tandwieltechniek was nog niet geavanceerd genoeg om tot een goed resultaat te komen. Verder veranderde Babbage steeds het ontwerp van de machine. Aldus kwam hij in 1833 met de "analytische machine". Deze machine zou met invoer vanaf ponskaarten wiskundige bewerkingen kunnen uitvoeren. Deze machine wordt algemeen gezien als het concept van de computer. Tot dan toe bestond de machine alleen nog maar op papier en Babbage ging op zoek naar iemand om zijn ideeŽn te verwezenlijken. Daarvoor vond hij Ada Augusta (Lady Lovelace), een enthousiast amateurwiskundige. Ada schreef hele reeksen instructies voor de analytische machine, ze ontwikkelde onder andere de subroutine, herkende de waarde van lussen en dacht al na over de voorwaardelijke sprongroutine; zij was dus eigenlijk de eerste programmeur. Helaas heeft Babbage ook deze machine nooit kunnen voltooien. Eind 19e eeuw construeerde Herman Hollerith telmachines die werkten op basis van invoer met ponskaarten. Aan de telmachines werden sorteermachines verbonden, eenvoudige bewerkingen op bestanden met grote hoeveelheden gegevens werden zo mogelijk gemaakt. Pas in 1938 werd de eerste computer gebouwd door Konrad Zuse. Ook Zuses machine werkte nog mechanisch, maar Zuse had het zichzelf een stuk eenvoudiger gemaakt door van het binaire stelsel gebruik te maken. Een jaar later bouwde Zuse de eerste elektromechanische computer. Elektronische computers Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van computers een snelle vlucht. In het Verenigd Koninkrijk werd in Bletchley Park van de Colossus gebruikgemaakt om berichten te kraken die met de Duitse Lorenz-codeermachine vercijferd waren. De Colossus werd ontwikkeld door Tommy Flowers [1] en was de eerste elektronische computer, gebruik makend van elektronenbuizen. De eerste computer in de VS, de ENIAC (Electronic Numerical Integrator And Calculator), die enkele klaslokalen in beslag nam, bevatte 18.000 buizen, 70.000 weerstanden, 10.000 condensatoren, en 6000 verschillende schakelaars. Deze computer gebruikte evenveel energie als een zware locomotief. Op 7 augustus 1944 wordt op de universiteit van Harvard door IBM-onderzoeker Howard Aiken de eerste programmeerbare rekenmachine, de Harvard Mark I, gepresenteerd. De eerste computer in Nederland was de ARRA I bij het Mathematisch Centrum. De eerste computer in een commerciŽle omgeving was de door de Britse firma Ferranti gebouwde Miracle, bij het Shell laboratorium in Amsterdam in 1953. In de periode dat het permanente geheugen (de harde schijf) nog niet algemeen bestond, was het invoeren van gegevens of programma's in een computer vrij moeizaam. Dit gebeurde oorspronkelijk met schakelaartjes en ponsband, nog iets later met ponskaarten, en in een nog later stadium met magneetbanden. Miniaturisatie Deze computer zou erg groot, zwaar en duur worden omdat de onderdelen nog niet erg klein konden worden gemaakt. Daarom waren de eerste computers ook alleen in het bezit van overheden en grote bedrijven. De computers werden al een stuk kleiner toen in 1947 de transistor werd uitgevonden, maar IBM beweerde dat er wereldwijd niet meer dan een stuk of 7 computers nodig zouden zijn. Het tijdschrift "Popular Mechanics" voorspelde wel dat er ooit een computer zou komen die 'maar' 1500 kilo zou wegen. Met de enorme ontwikkeling van de elektronica en de halfgeleiders, toegepast in transistoren, kon de computer veel kleiner en sneller worden. Later werden de transistors geÔntegreerd in een geÔntegreerde schakeling (integrated circuit, IC). De complexiteit van de chips werd in de jaren 70 verbeterd zodat het mogelijk werd om een complete processor (CPU) op een chip te integreren. Het werd daardoor veel goedkoper om een computer te bouwen. De eerste homecomputers waren toen klein en goedkoop genoeg om door consumenten te kunnen worden aangeschaft, maar van enige standaardisering was niet of nauwelijks sprake. Computers uit de periode 1975-1985 waren o.a. de Apple I, de Apple II, de TRS-80, de Commodore PET (Personal Electronic Transactor), de ZX-81, de Nascom, en later de Commodore VIC-20, de BBC Micro, de MSX 1 en opvolgers, de Commodore 64, Acorn-Atom gebaseerd op 8-bits-processoren, zoals de 8080, de Z-80, de 6502, 6800 en nog enige andere. PC Eind 1980 werd er bij IBM onder leiding van Don Estridge een groep van 12 technici en ontwerpers bij elkaar gezet onder de naam Entry Systems Division. Ze kregen als opdracht een echte personal computer te ontwikkelen. IBM vond de al bestaande machine, de 5100 serie, daar niet geschikt voor. Het team integreerde de eigenschappen van bestaande ontwerpen op de markt en slaagde er in binnen een jaar met een eigen ontwerp te komen. Ze deden zo min mogelijk zelf en kochten de componenten bij andere bedrijven. Dat betekende een open uitnodiging om op de rails te springen en mee te doen. IBM kocht bijvoorbeeld van het toen volstrekt onbekende en kleine bedrijfje Microsoft een nog te ontwikkelen besturingssysteem voor de personal Computer. Microsoft kocht toen eerst zelf QDOS (Quick and Dirty Operating System) van een ander bedrijfje op en verkocht rechten op het gebruik aan IBM, dat het op de computers installeerde onder de naam PC-DOS. Op 12 augustus 1981 presenteerde IBM hun personal computer; de 5150 IBM Personal Computer op basis van de 8088 CPU, een 16-bits-microprocessor (extern 8-bit) van Intel en een Industy Standard Architecture (ISA) bus. De eenvoudigste uitvoering bestond destijds uit een toetsenbord en systeemkast, voorzien van 40K Rom en 16K Ram. Diskdrives had de machine niet; programma's moesten worden opgeslagen op een cassetterecorder. Met een 5ľ-inch, 160K floppydrive en 64K Ram. Er moest maar liefst $1565 (destijds 4445 gulden of 80000 BEF) voor worden betaald. De eerste reacties waren overweldigend; tegen het einde van 1982 werd op werkdagen al een computer per seconde verkocht. Door het gewicht van de industriereus IBM werd de pc langzamerhand ook in het zakenleven serieus genomen en de eerste praktische en nuttige toepassingen begonnen het licht te zien. Omdat het merendeel van de componenten op de vrije markt te krijgen was en IBM de specificaties voor $49 per boek verkocht, kon elke fabrikant een vergelijkbare computer bouwen. Het Basic Input/Output System, BIOS, dat de afzonderlijke componenten aanstuurde, hield IBM voor zichzelf. Om de patenten te omzeilen werd door een tweetal bedrijven een team gevormd, dat elk in afzondering een BIOS ontwikkelde. Op die manier konden ze de IBM PC klonen, zonder de patenten te schenden. En omdat Microsoft bij de onderhandelingen met IBM bedongen had, dat het zijn besturingssysteem onder eigen naam MS-DOS mocht blijven verkopen, was er ook een besturingssysteem voor beschikbaar. De personal computers van andere merken dan IBM werden om die reden klonen genoemd. Een andere aanduiding was IBM Compatible. DOS werd op die manier een de-facto standaard besturingssysteem voor personal computers. Tegenwoordig (2009) wordt MS-DOS bijna niet meer gebruikt, alleen wordt het nog geŽmuleerd in enkele Windows-versies, waaronder Windows Me en 2000. Na een periode van aanvankelijke wildgroei waarin een groot aantal onderling onverenigbare soorten computers op de markt werden gebracht trad een genadeloze concurrentieslag op waaruit uiteindelijk het door IBM gepresenteerde model als de grootste overwinnaar tevoorschijn kwam, niet omdat het het beste computermodel had maar wel omdat het de grootste markt vormde. De Commodore Amiga, de Atari ST, de TRS-80 en een groot aantal concurrerende modellen zijn inmiddels al haast vergeten. De enige fabrikant uit die tijd die zich tot op heden heeft weten staande te houden is Apple met de Macintosh-architectuur; en dit vooral door zich op enkele niche-markten (desktop publishing) te concentreren. De pc werd steeds goedkoper en gemakkelijker te gebruiken waardoor steeds meer bedrijven en huisgezinnen er een kochten. De ontwikkelingen gaan voort, zakenmensen gebruiken veelal een laptop om met hun computer op stap te gaan. De steeds verdere miniaturisering leidde er toe dat de kleine Personal Digital Assistant (PDA) met steeds meer mogelijkheden in beeld kwam. Ook veel apparaten zoals wasmachines, videorecorders, digitale camera's en dergelijke bevatten tegenwoordig een computer om allerlei zaken te regelen, deze worden dan meestal een ingebed systeem of - in het Engels - embedded system genoemd. Grafische interfaces Met de ontwikkeling van gebruiksvriendelijker systemen met een grafische gebruikersinterface (GUI) ontstond ook de behoefte aan (veel) krachtiger pc's. Met de 32-bits-processoren als de Intel 80386, Intel 80486 en de Motorola 68000 werd een en ander mogelijk. Hiervoor kwamen ook nieuwe besturingssystemen als MS-Windows en Linux op de markt. Onafhankelijk van de ontwikkelingen op pc-gebied ontwikkelden zich ook de mainframe en minicomputers, met als grote spelers respectievelijk IBM, Control Data Corporation, en DEC. De allersnelste researchcomputers bleven een speciale niche vormen, lange tijd aangevoerd door Seymour Cray met zijn supercomputer-ontwerpen. De miniaturisatie van computers is in 2006 zo ver dat ook de 'handheld' computer of PDA gemeengoed begint te worden.

  

De Personal computer (pc)

  

Een personal computer, afgekort als pc, is de algemeen gebruikte naam voor een computer voor individueel gebruik. De pc wordt gebruikt voor het uitvoeren van diverse taken, zoals administratie, tekstverwerking, toegang tot het internet, programmeren, grafisch werk, spellen, e.d. met door de gebruiker kant en klaar verkregen programma's. Te gebruiken bij werk, onderwijs, school, hobby's enz. De naam werd opgenomen in de taal aan het begin van de jaren 80, toen IBM zich aansloot bij de snel groeiende markt in kleine computers. Aanvankelijk was een computer een grote en dure machine die gebruikt werd door grote bedrijven. Individueel gebruik was eventueel mogelijk met tijdscharing. De trend naar individuele computers was al een aantal jaren gaande met onder andere de Altair 8800 en de Apple II. De term personal computer ontstond toen IBM zijn eerste kleine computer voor individueel gebruik uitbracht in 1981: de IBM Personal Computer. De gangbare naam van de tegenhanger voor de grote IBM (mainframe)-computers (voor kantoor- en industriŽle toepassingen) was destijds microcomputer, en IBM had een eigen label nodig. Tussen beide formaten in, bestond nog de tiny, die soms als voorloper van de pc wordt beschouwd. Kenmerkend voor de IBM-PC was de modulaire opbouw en de openbaargemaakte hardware interface. Daardoor konden andere leveranciers ook onderdelen voor de pc aanbieden en later zelfs zogenaamde klonen. Hoewel de term dus in het begin voornamelijk gebruikt werd voor IBM Personal Computers (ofschoon Apple deze term in hun beginjaren ook gebruikte), en later voor IBM PC-compatibele computers, wordt de term tegenwoordig gebruikt voor alle computers voor individueel gebruik.

  
Software   

De software voor een computer kan worden onderverdeeld in een aantal categorieŽn:

  • BIOS, Basic Input/Output System, bestaat uit de meest basale functies die het aansturen van hardware als geheugen, harddisk etc. mogelijk maken. Het BIOS wordt geleverd in een ROM-chip, en wordt gestart zodra de computer wordt aangezet.
  • Operating System, of Besturingssysteem, bestaat uit software die het mogelijk maakt om computerprogramma's uit te voeren. In het besturingssysteem zitten alle onderdelen die het mogelijk maken om gebruik te maken van BIOS functies, maar ook voor het aansturen van randapparatuur (via drivers), het beveiligen van de computer (door gebruikersprofielen te definiŽren en autorisatie te verlenen), en de grafische omgeving die het mogelijk maakt met muis en/of toetsenbord de computer te bedienen. Als besturingssysteem van personal computers heeft Windows van Microsoft het grootste marktaandeel. Andere besturingssystemen zijn GNU/Linux (dat door diverse leveranciers wordt geleverd, zoals Red Hat, SuSE, Debian en Mandrake), en het besturingssysteem voor Apple's Macintosh (Mac OS, of het actuelere Mac OS X).
  • Services (Windows) of Daemons (Unix) zijn processen die op de achtergrond draaien voor bepaalde zaken die voortdurend actief moeten zijn.
  • Applicaties, programma's die met een bepaald doel worden ontwikkeld of aangeschaft, zoals tekstverwerkers, beeldverwerkers, geluidsverwerkers, rekenprogramma's, internet-browsers, database programma's etc. Sommige applicatieprogramma's kunnen bij een besturingssysteem zijn inbegrepen.
  • Utilities, hulpprogramma's voor bijvoorbeeld het zelf ontwikkelen van programma's (compilers, interpreters, IDE's e.d.), webservers, mailservers etcetera.

Een typische pc-opstelling bestaat uit een systeemkast en randapparatuur, zoals beeldscherm, toetsenbord en muis. De systeemkast (mogelijk met ingebouwd beeldscherm) bevat altijd:

  • het moederbord, met daarop een processor, werkgeheugen en uitbreidingssloten.
  • de voeding, een apparaat dat de netspanning omzet in verschillende gelijkspanningen van 12, 5 en 3,3 volt levert voor de diverse componenten in de kast.
  • een of meer harde schijven voor het opslaan van gegevens.
  • een videokaart die aansluiting van het beeldscherm mogelijk maakt; tegenwoordig vaak geÔntegreerd op het moederbord
  • †een geluidskaart die aansluiting van geluidsapparatuur mogelijk maakt; tegenwoordig vaak geÔntegreerd op het moederbord
Verder bevat de systeemkast zo goed als altijd:
  • een cd-romspeler en/of dvd-speler, cd-schrijver en/of dvd-schrijver
  • een netwerkkaart waarmee de pc aan een netwerk kan worden aangesloten, tegenwoordig vaak geÔntegreerd op het moederbord. Ook de video- en geluidskaart worden in het geval van eenvoudige systemen wel op het moederbord geÔntegreerd.

Op de pc wordt ook externe randapparatuur aangesloten, veelal op een aansluitpoort, maar tegenwoordig ook draadloos aangestuurd, met Wi-Fi of Bluetooth:

  • USB-aansluiting (Universal Serial Bus), een gestandaardiseerde aansluiting voor printers, scanners, toetsenbord, muis, memorycard lezers en allerlei andere apparatuur
  • DVI, VGA of ADC voor het beeldscherm
  • Firewire, een door Apple ontwikkelde standaard welke de hoogste verbindingssnelheid heeft. FireWire wordt vooral gebruikt voor digitale camera's en voor camcorders.
  •   

    Tijdbalk

      
    • †In 1975 werd de Altair 8800 ontwikkeld. Deze computer voor thuis moest zelf in elkaar gezet worden. Deze computer had geen beeldscherm en geen toetsenbord, maar schakelaars en lampjes.
    • †In 1977 introduceerde Apple de Apple II de eerste succesvolle pc met een monitor en toetsenbord om gegevens in te voeren. Door de komst van VisiCalc het eerste spreadsheetprogramma zag de zakelijke markt het nut van de pc.
    • †Apple had het in zijn reclame-uitingen over de Apple II al over een Personal Computer; IBM was dus niet de eerste maar wel de bekendste.
    • †12 augustus 1981: De eerste IBM Personal Computer wordt voorgesteld op een persconferentie in het Waldorf-Astoria Hotel in New York.
    • †In 1984 introduceerde Apple de Macintosh, de eerste computer met een grafische gebruikersomgeving. Dit betekende een revolutie voor de computermarkt.
    • In 1985 introduceerde Microsoft de eerste versie van Windows. Dit was de eerste grafische gebruikersomgeving voor IBM pc-compatibles. In tegenstelling tot de Macintosh is deze op meerdere computers te gebruiken in plaats van alleen eigen producten, hieraan dankt Windows zijn succes. De eerste versie werd echter geen succes.
    • In 1992 bracht Microsoft Windows 3.1 uit. Vanaf Windows 3.1 kreeg Microsoft Windows grote bekendheid. Dit is vooral te danken aan de tekstverwerker Word, en door de opkomst van multimedia en internet.
    • †In hetzelfde jaar brengt Linus Thorvalds de eerste versie van Linux uit, een 32-bits-, opensource-, multiuser-, multitasking POSIX-besturingssysteem dat op een personal computer draait.
    • In 1995 bracht Microsoft Windows 95 uit. Deze kan multitasken en heeft als eerste Windows de taakbalk met de startknop. Dit was ook de eerste 32-bitsversie van Windows. Voor thuisgebruik zou pas vanaf Windows XP in 2001 geen MS-DOS meer gebruikt worden.
      

    Kijk voor meer informatie ook eens op:
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Babbage

    Terug naar boven

    Naar vorige pagina

    Laatst bijgewerkt op: 03 August 2013 11:29:44
    [einde pagina]

    U bent bezoeker:  †

    visit tracker on tumblr

    Bekijk de statistieken!

    Copyright © 2019 Gerrie Reijman